Samenwerking in de thuiszorg kan de werkdruk verlagen

20 mei 2010

Menzis heeft een enquete gehouden onder 4144 zorgverleners in ziekenhuizen, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsenzorg en fysiotherapie (90% van de ondervraagden is uitvoerend in de zorg actief). Ze willen graag weten wat de ervaringen van zorgverleners zijn en hoe zij aankijken tegen de ontwikkelingen in de zorg.

”Hoe ze aankijken tegen ontwikkelingen in de zorg” is een relatief begrip en schept niet veel duidelijkheid over de inhoud van die enquete. Waar ze wel erg duidelijk in zijn is dat ruim de helft van de zorgverleners aangeeft dat ze te weinig tijd hebben om al het werk te doen, dat hun werkdruk te hoog is, en dat gemiddeld zo’n 40% van de tijd besteed wordt aan administratieve taken.

En daar maakt Menzis zich, terecht, zorgen over.
De helft van de ondervraagden geeft zelfs aan dat ze overwegen de zorg te verlaten en een andere baan te zoeken. De argumenten zijn duidelijk: ze kunnen te weinig tijd besteden aan de zorg zelf, ze kunnen naar hun gevoel geen goede zorg meer leveren.

Menzis geeft aan dat ze de administratieve taken verder gaan terugdringen. Ik ben bang dat met alleen die maatregel het tij niet te keren is. Er moet structureel iets veranderen willen we kunnen beantwoorden aan de zorgvraag in een vergrijzende toekomst.

Voor wat de thuiszorg betreft betekent dat volgens mij meer en betere samenwerking tussen alle betrokken partijen. En daartoe reken ik zeker de reguliere thuiszorg, en de organisaties (bemiddelingsbureaus) en zzp-ers in de zorg. Als we open staan voor elkaars kwaliteiten en deskundigheid zal dat uiteindelijk leiden tot een betere zorg voor de cliënten.

Reageer


- five = 4